"Audrey’s Witte Tulpen"

Actrices Marilyn Monroe, Brigitte Bardot en Audrey Hepburn behoorden in de jaren '50 en '60 tot de grootste sterren van de wereld.

Monroe en Bardot genoten met volle teugen van de schijnwerpers en voelden zich als een vis in het water op de rode loper.

Toen Marilyn naar haar favoriete roos gevraagd werd, noemde zij de rode roos. En Brigitte, die zoveel levenslust uitstraalde, liep graag rond met margrieten in haar haren. Maar Audrey was anders. Was een klassieke schoonheid en behoorlijk bescheiden. Terwijl ze op het witte doek schitterde naast Fred Astaire, Humphrey Bogart en Cary Grant, trok ze zich daarbuiten graag terug.

Dat kwam door haar karakter en opvoeding. Audrey had een Nederlandse moeder, Barones Ella van Heemstra en een Engelse vader Joseph Hepburn-Ruston. Zoals alle aristocraten waren zij in de oorlog niet echt anti-Duits. Maar haar moeder nam Audrey mee naar het veilig geachte Arnhem en koos toch de zijde van het verzet. Audrey danste daar avond aan avond voor de lokale verzetshelden.

Eigenlijk leefde Audrey in een wereld die niet de hare was, eerst in die van oorlog en verzet en later in die van glitter en glamour. Daarom creëerde ze haar eigen wereld, eentje waarin alles wit was. Ze reed op een wit paard, sliep in witte gewaden en nam haar wit porseleinen asbakje en sigarettendoosjes overal mee naar toe.

En op haar tafel stond altijd een witte Limoges-vaas. Met daarin geen rode, geen zwarte, maar witte tulpen.