"De grootste waterstraal"

De grootste waterstraal

Tegenwoordig is het gemakkelijk om je planten water te geven en je tuin te sproeien: je draait gewoon de kraan open. Toen stadhouder Willem III paleis Het Loo bouwde en een grote tuin aanlegde, was dat anders.

Lodewijk XIV oftewel de Zonnekoning bezat in Versailles een schitterend paleis. Als zijn belangrijkste politieke rivaal kon Willem III daar niet bij achter blijven. Hij kocht een oud jachtslot, Het Loo genaamd. Dat was een slimme keuze want op de Veluwe bevonden zich sprengenbeken. En water was wat hij nodig had. Voor zijn gasten, paarden en jachthonden maar ook voor de aanleg van een vorstelijke tuin.

Dankzij de beken en de hoogteverschillen op de Veluwe kon hij namelijk fonteinen met spuitende waterstralen bouwen. In de zeventiende eeuw was er nog geen waterleidingsysteem zoals nu en moest de zwaartekracht het werk doen. Willem kocht daarom behalve het huis meteen ook een paar sprengen en molens in de omgeving. En hij liet buizen aanleggen naar zijn tuin.

Willem wist dat de koningsfontein in Versailles het water precies 13 meter de lucht in spoot. Hij wilde weleens even laten zien wie er in Europa de baas was, dus zijn fontein moest hoger spuiten. Dankzij een leiding van meer dan 10 kilometer lang lukte dat. Het water spoot 13,5 meter de lucht in.

Zijn echtgenote Mary II Stuart was ook blij met het water. Want ze hield erg van bloemen en planten. In haar familiewapen zaten rozen. En dankzij Mary werd de tulpenvaas geliefd in heel Europa. Willem kon die bloemen niet zoveel schelen. Terwijl zijn vrouw de plantjes water gaf, keek hij alleen maar uit het raam van zijn paleis naar zijn grote straal.