"Een blauwe maandag"

Een blauwe maandag

Tegenwoordig worden onze spijkerbroeken synthetisch gekleurd. Maar vroeger werden planten gebruikt om kleding blauw te verven. De Egyptenaren en de Romeinen konden dat al. Hoe deden ze dat?

Al ver voordat de synthetische verf werd uitgevonden, verfden de Egyptenaren en de Romeinen hun kleren met behulp van de wede-plant (Isatis tinctoria). Niet dat de wede blauw is, het is een groene plant met gele bloemen. De truc was om een stofje uit de plantcellen in contact te brengen met zuurstof. Dan kreeg je blauw!

Dit werkte zo goed dat blauw (indigo) jarenlang de belangrijkste kleur was. Ook in de middeleeuwen werden de koninklijke mantels die daarvoor altijd rood waren geweest, voortaan gemaakt van blauw geverfde stoffen.

Blauw bleef dominant maar aan het gebruik van wede kwam een eind. Handelaren brachten uit India indigo mee van vlinderbloemige struiken en acacia-achtige bomen. Deze bevatten veel meer kleurstof dan wede. Dit maakte een eind aan de wedeteelt in Europa. Rond 1900 was het ook afgelopen met de import van indigo, want toen ging BASF synthetische indigo maken. Veel beter en veel goedkoper.

Met de wedeplanten als verfproducent is het dus niet goed afgelopen, wel is het gewoon een mooie tuinplant. En we hebben er ook een mooie uitdrukking aan te danken. Want op maandag moest de aangebrachte blauwe verfstof altijd drogen en werd er niet gewerkt. Dat leidde tot het gezegde ‘een blauwe maandag’. Overigens duurde het ook niet veel langer dan ‘een blauwe maandag’ voordat een blauw geverfde broek weer verbleekte!